koetsiersbewijs examen 7

Maak een keuze uit A, B of C en druk na het invullen van alle vragen op de knop om je uitslag te zien. Vraag vergeten, dan krijg je een foutmelding!

1. De zintuigen bij een paard zijn verschillend. Het best ontwikkelde zintuig in volgorde van ontwikkeling is:


2. De boeg van het paard zit?


3.De leeftijd van het paard kan men het beste schatten aan de hand van?


4.Waar is het harde beengebrek spat zichtbaar?


5.Onder hoefkatrol verstaan we?


6.Met koehakkige stand bedoelen we?


7.Vitamine D speelt een rol bij de?


8.Hooi kan men in een box het beste:


9.Wat moet men doen met een paard dat veel hoest?


10.In rust heeft een gezond paard een temperatuur van...


11.Wat is de straal van een paard?


12.Hoe vaak dient u minimaal paarden te ontwormen wanneer ze het hele jaar weidegang hebben op een kleine paardenweide?


13.Wat behoort men te doen als een paard tijdens een rit kreupel wordt?


14.Mag u het paard tijdens een rit van bomen en struiken laten eten?


15.Hoe behoort men lakleer te behandelen?


16.Welk van de onderstaande bewering is juist?


17.Wat is gebruikelijk bij een Engelse aanspanning?


18.Bij een aangespannen paard, dat licht in de strengen staat zit de broek goed wanneer:


19.Waarvoor dienen de windriemen van een hoofdstel?


20.De kinketting van een aangespannen paard moet normaal zo strak zitten dat...


21.U wilt tijdens een buitenrit op een mooi open grasland rusten, hoewel het aanzien van dit stuk anders is
dan u normaal gewend bent. Laat u uw paard daar toch grazen?


22.Het bord "EIGEN WEG" betekent toegang voor.....


23.Wat verwacht een terrein-eigenaar van de koetsiers die hij in zijn eigendom toelaat?


24.Tijdens een terreinrit kruist de aangespannen route een schelpenpad. De terreinbeheerder verwacht van u:


25.Met een 'op scherp' gezet paard.....


26.Een drukking is.....


27.Als u op een pad rijdt naast een wandelpad en gedwongen bent door plassen te rijden, terwijl u voetgangers tegenkomt,
doet u dit:


28.Wanneer behoort de menner de zweep in de hand te nemen?


29.Een aanspanning valt onder:


30.Bij welke verrichting bent u verplicht een teken te geven?


31.Een aanspanning behoort:


32.Verbodsborden zijn te herkennen aan:


33.Wanneer de waarschuwingslichten bij een met lichten bewaakte overweg niet branden, betekent dit:


34.Een aanspanning nadert een kruising. Van links komt een tractor, van rechts een fiets. Wie heeft er voorrang?


 

35.Wat is de volgorde van voorrang?



Van de 35 vragen heeft u er goed beantwoord, je mag totaal 7 foute antwoorden (80%) hebben om te slagen.
Dat is een percentage van
%  

 

 

Antwoorden:

1.  A 6.   B 11. C 16. A 21. B 26. B 31. B
2.  C 7.   A 12. B 17. A 22. C 27. B 32. B
3.  C 8.   A 13. C 18. C 23. B 28. B 33. A
4.  C 9.   B 14. C 19. A 24. A 29. A 34. B
5.  A 10. C 15. B 20. B 25. A 30. B 35. B