koetsiersbewijs examen 4

Maak een keuze uit A, B of C en druk na het invullen van alle vragen op de knop om je uitslag te zien.
Vraag vergeten, dan krijg je een foutmelding!

1. Welke volgorde is de juiste?


2. Wat is een schenkel?


3.Wat is een passant?


4.Een rond bord met rode rand met daarop een koe wil zeggen?


5.Als het schoft wordt opgelegd, is de juiste ligging?


6.Een stopriem plaatsen we?


7.Waarvoor dient een springriem?


8.Het borststuk en de broek liggen geplaatst op?


9.De inwerking van een liverpoolstang is?


10.Waarvoor gebruikt men een dresseerkar?


11.Hoe wordt een deken opgelegd?


12.Wat betekent: een paard overnemen?


13.Tijdens de pauze van een buitenrit wilt u uw paard laten grazen. Het gras ziet er anders uit dan normaal. Laat u uw paard toch grazen?


14.De eigenaar van een terrein vraagt u van uw route af te wijken, volgt u zijn aanwijzing op?


15.Sommige paarden hebben de neiging om bladeren van bomen te eten, laat u dit toe?


16.Wat is etiquette?


17.Hoe rijdt u in zwaar terrein?


18.U komt tijdens een terreinrit voor een geploegde of geëgde akker te staan. Mag u hier overheen?


19.Als een paard na een lange warme rit dorst heeft, waar moet u als koetsier dan aan denken?


20.Wat is de juiste verlichting?


21.Welke van de drie geven voor een paard eetproblemen?


22.Wat bedoelt men met het begrip "de lagen"?


23.Wat is het begrip aftands?


24.Wat is een schiefel?


25.Wat is een zwik?


26.Wat is nageltred?


27.Wat is een ijsnagel?


28.Wat wordt bedoelt met een strijkijzer?


29.Hoe vaak wordt een ijzer verlegd? Om de:


30.Een normaal paard gebruikt ca. 10 kg voer per dag


31.De Welsh-Mountain, dit is de meest echte Welsh pony, de maximale stokmaat is...?


32.Wat bedoelt men met stekelharig?


33.Wat is het sterkst ontwikkelde zintuig bij een paard?


34.Wat is het minst ontwikkelde zintuig bij een paard?


35.Het paard is een eenmagige planteneter en tot verhouding met herkauwers een:



Van de 35 vragen heeft u er goed beantwoord, je mag totaal 7 foute antwoorden (80%) hebben om te slagen.
Dat is een percentage van
%  

 

 

Antwoorden:

1.  B 6.   A 11. C 16. C 21. A 26. C 31. C
2.  B 7.   B 12. B 17. B 22. B 27. B 32. A
3.  B 8.   C 13. B 18. B 23. A 28. B 33. C
4.  B 9.   B 14. B 19. B 24. B 29. C 34. B
5.  C 10. A 15. B 20. B 25. A 30. C 35. B